Paleis op de Dam 2

Na afloop gaat iedereen zijn weegs. Sommigen gaan in de rij om de tulpen, anderen bezoeken de Bijenkorf. Kees en ik lopen de Kalverstraat in. Wat rest van vroeger zijn de panden, waar nu heel andere winkels zijn. Geen Merckelbach, geen De Slegte, geen Gerzon, wel bedrijven met Engelse namen. We lopen de St Luciënsteeg in, gaan de poort door van het Oude Burgerweeshuis. Vondel dichtte ooit daarover: ‘Wij groeien vast in tal en last.’ Vele, vele jaren was het het Historisch Museum, onze jongste dochter gaf daar haar promotiediner. Nu heet het met een knipoog naar de toeristen het Amsterdam Museum. We lopen over de vroegere jongensspeelplaats, staan even in de zon. Weer buiten bewonder ik als altijd de ingemetselde gevelstenen die ook getuigen van vervlogen tijden. Over de Voorburgwal kuieren we richting Dam. We zijn wat vroeg, zien hoe een groot aantal duiven zich voor de Nieuwe Kerk koesteren in de zon.
Onze reisgenote met de rollator komt aanlopen. In haar mand twee bossen tulpen, gekregen van Engelse toeristen die de bloemen niet mee kunnen nemen op het vliegtuig.
Ook de anderen komen aanlopen met in hun armen een tas met de vijftien bloemen met de bollen er nog aan die ze mochten ‘plukken’. De Bijenkorfgangers hadden genoten van de parfumafdeling.
Jacob stelt voor naar Ankeveen te rijden en daar in de Molen nog iets te gebruiken.
Zo gezegd, zo gedaan.IMG_0474
Het is een goede afsluiting van deze tocht. Voor ons uitzicht op het Naardermeer, achter op de Ankeveense plassen. We genieten van koffie, van wijn, van gezellige kout, deze dag kan niet meer stuk. We rijden naar huis. In mijn hoofd: Wat mijn hart niet zeggen kan, zeggen tulpen uit Amsterdam.

Geplaatst in algemeen | Reageren uitgeschakeld